Welke functies heb ik binnen een transformatie

Welke functies heb ik binnen een transformatie

Dit document omschrijft welke functies er beschikbaar zijn in een transformatie.
Er zijn drie soorten functies:

  1. tekst functies
  2. nummer functies
  3. datum functies.

Het soort veld, bepaald of de functie wel of niet zal werken voor een veld.

Tekst functies:

concat

Deze functie plakt verschillende stukken tekst aan elkaar:
concat("Ik gebruik", " boost, ", "erg vaak!")
resulteert in ‘Ik gebruik boost, erg vaak!’

Er bestaat ook de mogelijkheid om gebruik te maken van variabelen uit het ingevulde formulier (sa1=voornaam, sa2=achternaam):
concat(sa1, " ", sb1)
resulteert in ‘Jan Janssen’

Tip: de spaties voor/na ieder veld bepaald u zelf, wanneer u GEEN spaties plaatst, wordt alles aan elkaar vast geschreven

currentUser

Deze functie zet de naam van de huidige gebruiker in het gekozen veld. wanneer er geen gebruiker beschikbaar is, wordt de waarde ‘system’ ingevuld
currentUser

random

De functie ‘random’ genereert een willekeurige test gebasseerd op een lengte parameter:
random(8)
zal resulteren in een willekeurige tekst bestaande uit acht tekens. De tekens zijn beperkt tot letters, hoofdletters, cijfers en een aantal (leesbare) speciale tekens.

replace

De functie replace kan worden gebruikt om een waarden binnen een tekst te vervangen: (ad1 = info@boost.systems)
replace(ad1, "@", '_')
zal resulteren in het resultaat: ‘info_boost.systems’.
Deze functie kan ook meerdere items in één keer vervangen:
replace(ad1, "@", '_', '.', '_')
zal resulteren in het resultaat: ‘info_boost_systems’.

Nummer functies:

sum

De sum functie zal alle waarden sommeren die zijn gegeven, deze waarden MOETEN beschikbaar zijn in een tabel:

rij tb1 tb2
1 20 20
2 5 14
3 3 8
4 23 43
5 5 1

sum(tb1)
Dit resulteert in het antwoord: 20 + 5 + 3 + 23 + 5 = 56

sumif

De sumIf functie zal alle waarden sommeren die zijn gegeven, waar de voorwaarde gelijk is aan de gesteld ‘if’:
sum(tb1, tb2 < 20)
Dit resulteert in het antwoord: 5 + 3 + 5  = 13

unique

De unique telt alle unieke waarden:
unique(tb1)
Dit resulteert in het antwoord: 4 (er zijn vier unieke waarden in de tb1 kolom)
unique(tb2)
Dit resulteert in het antwoord: 5 (er zijn vijf unieke waarden in de tb2 kolom)

count

De count functie zal alle aantal tellen:
count(tb1)
Dit resulteert in het antwoord: 5 (er zijn vijf waarden in de tb1 kolom). Let op het verschil met ‘unique’ is dat deze ook waarden meetelt die dubbel aanwezig zijn

countif

De countif functie zal alle waarden tellen die voldoen aan de geven voorwaarde:
countIf(tb1, tb2 < 20)
Dit resulteert in het antwoord: 3 (er zijn drie waarden in de tb1 kolom lager dan 20).

weekday

De weekday functie, rekent het nummer van de dag in de week uit functie rekent het verschil in maanden uit tussen 1 datums: da1=02/jan/2015
weekday(day)
Dit resulteert in het antwoord: 6 (de zesde dag van de week)

Dag nummer
Zondag 1
Maandag 2
Dinsdag 3
Woensdag 4
Donderdag 5
Vrijdag 6
Zaterdag 7

 

Datum functies:

monthdiff

De monthdiff functie rekent het verschil in maanden uit tussen 2 datums: da1=12/jul/2020, da2=12/jun/2021
monthdiff(da1, da2)
Dit resulteert in het antwoord: 11 (er zijn 11 maanden verschil)

Omgedraaid zal het resultaat negatief zijn:
monthdiff(da2, da1)
Dit resulteert in het antwoord: -11.

adddays

De monthdiff functie rekent het verschil in maanden uit tussen 2 datums: da1=12/jul/2020
addDays(da1, 12)
Dit resulteert in het antwoord: 24/jul/2020

Daarnaast is er natuurlijk de mogelijkheid om ‘over de maand heen’ dagen toe te voegen:
addDays(da1, 24)
Dit resulteert in het antwoord: 05/aug/2020